Radio Riverside 60PLUS

Een uurtje jonger dan gisteren…

Aflevering 115

Gedrongen op zijn krukje bestormt Horace Silver (1928-2014) elke noot met zijn hele lichaam, haastig en gul. Zijn weinig orthodoxe techniek moet docenten in de klassieke pianomuziek ongetwijfeld nachtmerries bezorgen. Het zal ons een worst wezen. Wanneer Horace zich op zijn klavier stort, swingt hij met de precisie van de meest perfecte metronoom. Een verpletterende swing waarbij hij zijn beide handen, zijn lichaam en zijn hele piano met plezier opoffert om op dat bepaalde moment de meest bruisende jazz die er is te produceren.

Horace Silver maakte dertig jaar lang bijna dertig albums voor het label Blue Note (een record!), voordat hij aan het eind van de jaren zeventig opnieuw zijn eigen weg gaat en zijn eigen label Silveto Records opricht. Na een mindere periode aan het eind van de jaren negentig duikt hij plots op bij het label Impulse!. Opnieuw bevestigt de taaie Horace de uitdrukking: in de jazz is men slechts zo oud als z’n swing. Horace overleed op 18 juni 2014, hij is 86 jaar geworden.


Riverside wordt elke zondagavond uitgezonden via Radio Bodegraven, van 23:00 tot 00:00. Tevens is deze na de uitzending terug te luisteren via uitzending gemist van Radio Bodegraven.


1) Horace Silver Quintet –  I’ll Wind 6:54

Further Explorations by The Horace Silver Quintet

Pianist Horace Silver (1928-2014) was in de jaren zestig een van de belangrijkste vormgevers van de hardbop. De albums die hij in die jaren opnam voor Blue Note gelden als hoogtepunten in zijn oeuvre. Horace werkte samen met Art Blakey en Stan Getz, zijn eigen band bleek een springplank voor jazztalent als Donald Byrd, Hank Mobley, Art Farmer en Blue Mitchell. Horace Silver groeide op in Connecticut en werd geboren als Horace Tavares Silva. Zijn vader kwam van de Kaapverdiësche eilanden. Zijn zevende album voor Blue Note “Further Explorations” kwam uit in mei 1958. De opnames waren op 13 januari, zes tracks waarvan vijf van de hand van Silver, behalve “I’ll Wind” dat is een stuk van Harold Arlen. In de sectie zaten Art Farmer-trompet, Clifford Jordan-tenor-sax, bassist Teddy Kotick en drummer Louis Hayes.


2) Horace Silver Quintet – Shirl 4:11

Horace Silver de componist, de pianist en de bandleider vloeiden moeiteloos ineen. Aanstekelijke en goed in het gehoor liggende melodieën, schudde hij met gemak uit zijn mouw. Hij wist ze tevens zo geraffineerd te arrangeren, dat de combinatie trompet-tenorsax voller leek dan slechts twee instrumenten. Door er altijd een tegen melodie aan toe te voegen kon hij verder spelen met het ‘vraag en antwoord’ principe van de gospel. En natuurlijk was de basis altijd het ritme. Soms tegen de R&B aan, soms een gospelbeat en soms latin.

Januari 1957 kwam zijn “6 Pieces of Silver” uit, opnames die plaats vonden op 10 november ’56. Op dit album heeft iedere solist zijn eigen benadering, maar ook het verschil in zelfvertrouwen en groepssamenwerking hebben ze mooi in beeld gebracht. In deze sectie zaten o.a. de blazers Donald Byrd en Hank Mobley, maar deze twee deden niet mee op de track “Shirl”. Dat was het trio Horace Silver met bassist Doug Watkins en drummer Louis Hayes.


3) Joe Henderson – Serenity 6:18

“In ’n Out” de machtige indrukwekkende derde LP van de jonge tenorsaxofonist Joe Henderson (1937-2001) uit Lima Ohio. Joe Henderson heeft duidelijk naar John Coltrane geluisterd, maar hij heeft een rauwere aanpak en een meer samenhangend gevoel voor structuur en compositie. Enkele eersteklas tracks op dit album zijn zeker “Punjab”, “Brown’s Town” en “Serenity”. Het album werd opgenomen voor Blue Note, op 10 april 1964 in de studio bij Rudy van Gelder. Drie tracks van Henderson en twee stukken van trompettist Kenny Dorham, die ook te horen is op deze lp. Verder nog pianist McCoy Tyner, bassist Richard Davis en drummer Elvin Jones.


4) Wayne Shorter – House of Jade 6:53

Tenorsaxofonist Wayne Shorter (1933) debuteerde bij Blue Note op het in 1959 opgenomen Africaine van Art Blakey & The Jazz Messengers, dat in 1960 werd uitgebracht. Daarop volgde een reeks albums met de Messengers en sessiewerk bij de opnames van anderen. Tot hij in april 1964 zelf een sessie kreeg en het album “Night Dreamer” opnam. Vier maanden later was Shorter voor zijn tweede sessie terug in de studio van Rudy van Gelder met dezelfde groep muzikanten minus trompettist Lee Morgan. In de sectie zaten McCoy Tyner-piano, bassist Reggie Workman en drummer Elvin Jones. Het album kreeg als titel “JuJu”. De opnamedag was 3 augustus ’64, de zes tracks waren allen geschreven door Wayne Shorter.


5) Billie Holiday – They Can’t Take that Away from Me 4:10

Vocale jazz is iedere jazzstijl, waarin de menselijke stem de hoofdrol speelt. In tegenstelling tot de instrumentale jazz zijn het de vrouwen die in de vocale jazz domineren. Toen de jazz als stijl was geboren, eisten ze een plaatsje op in de frontlinie van bands van pioniers als Louis Armstrong (met zangeres Lil’Hardin) en Duke Ellington (met o.a. Ivie Anderson). Tijdens de swing periode kwamen twee zangeressen opzetten die tot op de dag van vandaag hun stempel op de vocale jazz drukken. Ella Fitzgerald, en natuurlijk de onvergetelijke Billie Holiday (1915-1959). Zij zong in 1957, het prachtige album “Body and Soul” vol met jazz standaards. Zij werd begeleid door o.a. saxofonist Ben Webster, gitarist Barney Kessel, trompettist Harry Edison, pianist Jimmy Rowles, bassist Red Mitchell en drummer Larry Bunker. “They Can’t Take That Away from Me”, een stuk van de gebroeders Ira en George Gershwin.


6) Horace Silver Quintet – Que Pasa 7:48

Op 31 oktober 1963 stond Horace Silver met zijn nieuwe groep in de studio van Rudy van Gelder. Met de opgeschreven melodieën die hij vroeger hoorde spelen door zijn, op de Kaapverdische eilanden geboren, vader. Zo’n melodie was “Song for My Father”, wat ook de titel van de lp werd. De melodie sloeg zo aan dat dat Silver’s derde hit uit zijn carrière werd. De lp “Song for My Father”, daar werden meer dan een miljoen exemplaren van verkocht. Het album had drie verschillende opname-sessies. De sessie “Qua Pasa” geschreven door Silver was op 26 oktober ’64. De sectie was: Carmell Jones-trompet, Joe Henderson-tenorsaxofoon, Teddy Smith bas en drummer Roger Humphries.


7) Chet Baker – Born to Be Blue 4:06

Chet Baker (1928-1988) ging bij Gerry Mulligan spelen en werd op slag beroemd. Zijn stijl van spelen zou in latere jaren tot volle rijping komen. De samenwerking met Mulligan was trouwens van korte duur. In 1954 ging Chet Baker aan zijn loopbaan werken. Chet bracht veel albums uit van hoogstaande kwaliteit. “Baby Breeze” uitgebracht in 1964 met opnames van drie studiosessies. Chet in een bop sextet, maar ook enkel zingend met gitarist Kenny Burrell en samen met de bluesy spelende pianist Bob James. Zwakke momenten zijn schaars, variatie is er volop. “Born to Be Blue” de tekst is van is van zanger Mel Tormé en muziek van Robert Wells.


8) Gerry Mulligan Quartet – Trav’lin Light 3:44

De muziek van het Gerry Mulligan Quartet, uit de begin jaren vijftig, was kamerjazz in zakformaat. Gebaseerd op verzorgde arrangementen van Gerry Mulligan (1927-1996). Het repertoire was grotendeels zijn werk. Meestal sierlijke thema’s met verfrissende melodieën, zeker in het nummer “Trav’lin Light”, wat terecht kwam op het album met de titel “Reunion with Chet Baker”. Deze opnames vonden plaats december 1957, in de Coastal Studios New York. Voor het platenlabel World Pacific. De sectie was klein gehouden zonder piano. Mulligan werkte in het begin van zijn carrière meestal zonder pianisten. De reden was vaak bij liveoptredens dat er geen ruimte op het podium was voor een piano. Chet Baker speelt trompet, bassist is Henry Grimes en drummer Dave Bailey. “Trav’lin Light’ is een werkstuk van Trummy Young en Jimmy Mundi.


9) Gigi Gryce – Summertime 8:05

Gigi Gryce (1925-1983) een Amerikaanse hardbop-altsaxofonist, bandleider, componist en arrangeur speelde fluit en klarinet. Gedurende zijn korte carrière schreef hij onder meer de jazzstandaard “Minority”. Zijn muzikale carrière begon in 1953 en maakte deel uit van een legendarisch tournee met Lionel Hampton in Europa. Hij speelde in het combo van de te jong gestorven trompettist Clifford Brown. Eind jaren ’50 richtte hij zijn eigen ‘Jazz Lab Quintet’ op. Samen met trompettist Donald Byrd kwamen verschillende albums van hem uit. “The Hap’nin’s” een album met opnames van 3 mei 1960 was er zo’n één. In de sectie Richard Williams-trompet, Richard Wyands-piano, Julian Euell-bas en drummer Mickey Roker. Het Gigi Gryge Quintet met “Summertime” van George Gershwin.


Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2018 Radio Riverside 60PLUS